De Mythe van de ‘Primal Man’: Een Kritiek op het Trad Cat Amerikanisme

Door de lens van het authentieke katholicisme bezien, ontpopt de populaire ‘Trad Cat’-beweging in de Verenigde Staten zich steeds vaker als een vreemdsoortig amalgaam van christelijke symboliek en seculiere hyper-mannelijkheid. Wat gepresenteerd wordt als een terugkeer naar de traditie, is bij nadere beschouwing vaak een radicale breuk met de katholieke antropologie. Het stelt een ‘mannelijkheid’ centraal die meer verschuldigd is aan de Amerikaanse frontier-mentaliteit en het calvinisme dan aan de leer van de kerkvaders en de grote mystici.

De karikatuur van de ‘Primal Man’

In de moderne Trad Cat-retoriek wordt mannelijkheid gedefinieerd aan de hand van de zogenaamde ‘primal man’. Deze oermens wordt neergezet als een jager, een krijger, een brute ‘provider’ die bereid is te doden om zijn gezin te beschermen. De spreker in de video presenteert dit als de ‘essentiële natuur’ van de man. Echter, vanuit katholiek oogpunt is dit een antropologische dwaling van de eerste orde.

Deze visie op de mens als een veredeld roofdier dat door strikte discipline getemd moet worden, is niet katholiek maar modernistisch en hobbesiaans. Het katholicisme leert dat de mens is geschapen naar het Imago Dei — het beeld van God. Onze fundamentele natuur is niet die van een brute jager, maar die van een wezen dat geschapen is voor communie en liefde. De ‘staat van oorlog’ die de spreker beschrijft als onze natuurlijke habitat, is in werkelijkheid het resultaat van de zondeval, niet de essentie van ons wezen.

Door de man te reduceren tot een ‘geestelijke caveman’, wordt de katholieke mannelijkheid ontdaan van haar zachtmoedigheid, haar offervaardigheid en haar contemplatieve kern. De heilige is niet een man die zijn driften slechts mechanisch onderdrukt om een ‘gevecht’ te winnen; de heilige is de man wiens hart door de genade is getransformeerd. De Trad Cat-beweging vervangt de transfiguratie van de ziel door de militarisering van het ego.

Pelagianisme in een modern jasje

Een van de meest zorgwekkende aspecten van dit Amerikanisme is het onderliggende Pelagianisme. Pelagius was de ketter die geloofde dat de mens zichzelf kan redden door wilsverkracht, zonder de absolute noodzaak van Gods genade. Hoewel Trad Cats lippendienst bewijzen aan de sacramenten, is de toon van hun spiritualiteit diep Pelagiaans.

De nadruk ligt dwangmatig op de inspanning: “Ik vast, ik bid, ik kniel, ik leef een hard leven.” Het spirituele leven wordt gepresenteerd als een trainingskamp voor commando’s. De rozenkrans wordt niet langer gebeden als een contemplatieve meditatie op de mysteries van de verlossing, maar gehanteerd als een “mechanisch wapen”. Men ‘ramt’ er gebeden doorheen om de duivel te verjagen, alsof God een automaat is die reageert op de kwantiteit van onze prestaties.

Deze obsessie met wilskracht is een ontkenning van de katholieke mystiek. Koning David herinnert ons er in Psalm 51 aan dat God geen offers wil van dieren of uiterlijke vertoningen, maar een “verbrijzeld en ootmoedig hart”. De Trad Cat-ideologie lijkt echter te geloven dat een gespierde wil en een ijzeren discipline de hemelpoort kunnen forceren. Dit is een protestantse ethiek die de katholieke traditie heeft gekaapt: de overtuiging dat wij door onze eigen ‘grit’ en uithoudingsvermogen een plek in de eeuwigheid kunnen afdwingen.

De afgoderij van de ‘Nuclear Family’

Een ander opvallend kenmerk van deze beweging is de totale verheerlijking van de nuclear family. Voor de spreker in de video lijkt het gezin het ultieme einddoel van het man-zijn. Hij stelt zelfs dat zijn eigen zaligheid afhangt van het “krijgen van de kleine kontjes van zijn kinderen in de hemel”. Hoe nobel de zorg voor het gezin ook is, in de katholieke hiërarchie der waarden staat het gezin nooit bovenaan. God staat bovenaan.

Het gezin wordt hier tot een idool gemaakt. Jezus was in het Evangelie glashelder: “Wie zijn vader of moeder, vrouw of kinderen (…) niet haat, kan mijn leerling niet zijn” (Lucas 14:26). Hiermee bedoelde Hij natuurlijk niet dat we hen letterlijk moeten haten, maar dat onze liefde voor God zo absoluut moet zijn dat elke andere band daarbij in het niet valt.

De Trad Cat-focus op het gezin is in wezen een vorm van spiritueel egoïsme. Het is de uitbreiding van het ‘ik’ naar het ‘mijn’. De universele roeping van de katholiek — de zorg voor de naaste, de armen, de vreemdeling, en de totale overgave aan Gods wil, ongeacht de gevolgen voor het gezin — wordt ondergeschikt gemaakt aan het burgerlijke ideaal van de succesvolle ‘provider’.

Calvinisme en de productieve man

De spreker verbindt mannelijkheid direct met economische productiviteit en fysieke kracht. De man moet “voedsel op tafel leggen” en “beschermen”. Maar wat betekent dit voor de man die ziek is? Voor de man met een handicap? Voor de monnik die niets produceert in de wereldse zin van het woord?

Hier sluipt een diep calvinistisch element het katholieke discours binnen. De waarde van de man wordt gekoppeld aan zijn vermogen om te voorzien en te heersen over zijn domein. Dit is het ‘Gospel of Success’ met een traditioneel sausje. In de ogen van God is een man die door ziekte aan zijn bed is gekluisterd en zijn lijden verenigt met dat van Christus, niet ‘minder man’ dan de jager die een beer doodt. Sterker nog, hij is vaak dichter bij het ideaal van de Vir Dolorum, de Man van Smarten.

Door mannelijkheid te koppelen aan viriliteit en productiviteit, marginaliseert deze beweging de meest kwetsbare en daarmee de meest christelijke aspecten van de menselijke conditie. Het is een ‘survival of the fittest’-theologie die haaks staat op de Bergrede.

De Rozenkrans als Spirituele Verzekeringspolis

De manier waarop de rozenkrans in dit discours wordt besproken, is ronduit mechanisch. Het wordt vergeleken met een “NASCAR-race” waarbij men de rondjes maakt zonder de introductiegebeden. Het gebed wordt een spirituele verzekeringspolis: “Ik doe veel rozenkransen en dan komt het goed.”

Dit is een tragische uitholling van wat de rozenkrans behoort te zijn. Voor de grote heiligen was de rozenkrans een ladder naar de hemel, een manier om de ziel te laten rusten in de schoot van de Moeder van God, om vandaaruit de mysteries van Christus te schouwen. Het was geen “wapen” dat men met opgeheven borst draagt als een Texas open carry pistool. Die vergelijking getuigt van een stuitend gebrek aan spiritueel decorum. Het gebed is een daad van uiterste kwetsbaarheid en ontvankelijkheid, geen demonstratie van kracht of trots op het “bezit” van een religieus object van 50 dollar.

Terug naar de Bron: Mystiek versus Amerikanisme

Wat we in de video zien, zijn evangelische christenen die zich maskeren als katholieken. Ze hebben de esthetiek van Rome overgenomen — de wierook, de rozenkrans, de Latijnse termen — maar de kern van hun boodschap blijft de Amerikaanse self-made man. Het is een spiritualiteit van de buitenkant, van de “winning the last battle”, van de agressie tegen de wereld.

Authentiek katholicisme daarentegen is een spiritualiteit van de binnenkant. Het gaat niet om de “primal man”, maar om de “nieuwe mens” in Christus. Het gaat niet om fysieke kracht, maar om de kracht van de genade in onze zwakheid.

Laten we terugkeren naar de lessen van de werkelijke Traditie. Laten we luisteren naar de zachte stem van Teresia van Avila, die ons leert over de innerlijke burcht waar we God vinden in de stilte, niet in het wapengekletter. Laten we kijken naar Johannes van het Kruis, die ons herinnert aan de “donkere nacht van de ziel”, waar al onze menselijke zekerheden en wilsinspanningen moeten sterven om plaats te maken voor het zuivere licht van God. Laten we Thomas à Kempis openslaan, die ons leert dat de navolging van Christus niet bestaat uit trots uiterlijk vertoon, maar uit de “nederige zelfverloochening”.

De Trad Cat-beweging belooft een weg naar mannelijkheid door strijd en discipline. Maar Christus belooft ons een weg naar het leven door de dood aan onszelf. De echte man is niet de jager die zijn prooi doodt, maar de zondaar die zijn eigen trots laat sterven aan de voet van het kruis. Pas als we stoppen met het aanbidden van onze eigen viriliteit en onze eigen gezin-idolen, kunnen we werkelijk beginnen met het aanbidden van de verrezen Heer.

Katholicisme is geen ideologie voor spirituele bodybuilders; het is een ziekenhuis voor gewonde zielen. Alleen met een verbrijzeld hart — en niet met een open gedragen wapen — kunnen we werkelijk de drempel van het heilige betreden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *