In Veritatem

Een zoektocht naar waarheid

Waarom de ‘ongelovige’ Pasolini mij dichter bij Christus brengt

«Manca sempre qualcosa, c’è un vuoto in ogni mio intuire. Ed è volgare, questo non essere completo… mai fui così volgare come in questa ansia, questo “non avere Cristo”.»

(Er ontbreekt altijd iets, er is een leegte in al mijn vermoedens. En het is vulgair, dit niet-compleet zijn… nooit was ik zo vulgair als in deze angst, dit “niet-hebben van Christus”.)

— Pier Paolo Pasolini, Poesia in forma di rosa (1964)

Gisteravond zette ik zonder al te veel verwachtingen een oude film op uit 1964. Ruim zestig jaar oud, zwart-wit, korrelig. Geen glimmende decors, geen zoetsappige engelenkoren of de melodramatische violen waarmee Hollywood het evangelie zo vaak in veilig cellofaan heeft verpakt. Ik keek naar Il Vangelo secondo Matteo van Pier Paolo Pasolini.

Ik overdrijf niet als ik zeg dat ik vanaf de allereerste minuut aan de grond genageld zat.

Het begint zonder een enkel woord. Je ziet Maria, een jong meisje, zwanger. Ze kijkt zwijgend naar Jozef. Er wordt niets uitgelegd, er klinkt geen stem uit de wolken; er is alleen dat verblindende, haast pijnlijke witte zonlicht op ruwe kalkstenen muren. Een adembenemende verstilling die tegelijkertijd zindert van een ongekende intensiteit.

En toen Christus voor het eerst in beeld verscheen — geen zachte, blonde prediker met blauwe ogen, maar een jonge man met een felle, donkere blik die door het stoffige Zuid-Italiaanse landschap beent alsof er geen seconde te verliezen is.

Dit is prachtig.

De jonge zwangere Maria in Il Vangelo secondo Matteo
De jonge zwangere Maria (Margherita Caruso) onder de stenen boog in Il Vangelo secondo Matteo (1964): een adembenemende verstilling zonder een enkel woord.

Toen de aftiteling over het scherm rolde, liet de film me niet los. Ik begon me te verdiepen in de man achter de camera. En daar begon mijn tweede, misschien nog wel grotere verbazing. Want hoe is het in mogelijk dat de meest doorleefde, meest katholieke Christusfiguur uit de filmgeschiedenis niet is gemaakt door een vrome kerkganger, maar door een man die te boek stond als marxist, atheïst, homoseksueel?

Hoe dieper ik in zijn leven dook, hoe meer de standaardetiketten begonnen te rammelen. Ik ontdekte geen vijand van het geloof, maar een tour de force: een ongenadig eerlijke, eigenzinnige zoeker die misschien wel de diepste katholieke geest van zijn tijd vertolkte.

De Samaritaanse vrouw bij de put

Als ik probeer te begrijpen wie Pasolini (1922–1975) werkelijk was, moet ik steeds denken aan dat prachtige verhaal uit het Johannesevangelie: de vrouw bij de put.

Zij is de ultieme buitenstaander. Ze haalt midden op de dag, in de brandende hitte, water omdat ze de afkeurende blikken van de vrome dorpsgenoten wil mijden. Ze heeft vijf mannen gehad en leeft nu met iemand die haar man niet is. Voor de religieuze elite is zij onrein. En toch is zij precies degene aan wie Jezus Zichzelf openbaart als de Messias. Waarom? Omdat zij niet kan schuilen achter een masker van religieus fatsoen. Juist door haar gebrokenheid weet zij wat echte dorst is. En daarom weet ook zei te verkondigen als Jezus haar dat vraagt. Het is doorleefd.

Pasolini is voor mij die vrouw bij de put.

Zijn hele leven speelde zich af buiten de stadspoorten van het keurige fatsoen. Hij worstelde openlijk met zijn geaardheid en zijn eigen zonde, werd in meer dan dertig rechtszaken vervolgd wegens “obsceniteit”, werd uitgekotst door de Communistische Partij én verguisd door burgerlijke christenen. Hij kende zijn eigen duisternis tot op het bot.

Maar precies daarom prikte hij genadeloos door elke vorm van schijnheilige vroomheid heen. Hij had, net als Christus, een feilloos oog voor de ongeziene mens: de mensen die vermalen worden door het systeem. De straatschoffies, de prostituees, de arme boeren in het zuiden wier cultuur werd uitgewist door de TV en de burgerlijke bourgeoisie. Terwijl de keurige burgerij de andere kant op keek, boog Pasolini zich met zijn camera over hen heen. Niet om hen te gebruiken voor een politiek pamflet, maar met een haast sacramentele eerbied.

Voorbij het marxistische etiket: de waardigheid van iedere mens

Het is zo makkelijk om Pasolini weg te zetten als “die communistische regisseur”. Voor velen heeft dat direct een negatieve klank, een reden om hem niet serieus te nemen. Maar wie zijn teksten leest, ontdekt dat hij juist een van de felste criticasters van die eigen beweging was.

Hij walgde van het kille materialisme van links én rechts. Toen rijke linkse studenten in 1968 in Rome vochten met de oproerpolitie, koos Pasolini tot woede van zijn eigen achterban partij voor de agenten: dat waren immers de zonen van doodarme boeren die voor een hongerloon klappen moesten opvangen van verwende rijkeluiszonen.

Waar het hem in de kern om ging, ligt veel dieper dan politiek: de onvervreemdbare waardigheid van ieder mens. Het besef dat ieder mens een mysterie is, geliefd en kostbaar, hoe diep hij ook in de goot ligt. Pasolini zag als een profeet hoe het moderne consumentisme en het kapitalistische systeem de mens ontzielden en reduceerden tot een radertje in een koopmachine. Hij vocht met alles wat hij had om het heilige in de kwetsbare mens te verdedigen.

De wond van het “niet-hebben van Christus”

Ik las een mooi gedicht van Pasolini: Alba meridionale (1964). De katholieke priester en theoloog Don Luigi Giussani haalde deze regels vaak aan voor zijn studenten, omdat ze precies blootleggen waar onze moderne, seculiere wereld aan lijdt.

Pasolini schrijft daar over een constante leegte in zichzelf, een onvolledigheid die hij omschrijft als de angst van het “niet-hebben van Christus” en hij noemt Christus daar heel specifiek: una faccia (een Gelaat).

Daar ligt de sleutel tot zijn hele werk. Wij moderne mensen denken dat we onszelf kunnen redden met welvaart, succes of ideologieën. Maar Pasolini is zo radicaal eerlijk om toe te geven dat er een gapende wond zit in het menselijk bestaan. Een leegte die alleen gevuld kan worden door de blik van Christus. Hij kon zichzelf niet dwingen om op een brave manier “gelovig” te zijn, maar hij weigerde ook om zijn dorst naar God te verdoven. Zijn kunst komt rechtstreeks voort uit die open wond.

Vier films als pelgrimage: dit moet je zien

Als je door zijn ogen naar de wereld wilt leren kijken, zijn er vier films die je echt gezien moet hebben. Je ziet daarin hoe hij de allergrootste verschoppelingen filmt alsof het heiligen op een middeleeuws altaarstuk zijn.

1. Accattone (1961) — Genade in de goot

Franco Citti en Franca Pasut in Accattone
Vittorio “Accattone” Cataldi (Franco Citti) en Maddalena (Franca Pasut) in de stoffige buitenwijken van Rome.

Zijn debuutfilm volgt Vittorio, bijgenaamd Accattone (de klaploper). Hij is een pooier en een dief in de arme buitenwijken van Rome die werkelijk alles fout doet. Maar Pasolini laat zijn gevechten in het stof begeleiden door de hemelse klanken van de Matthäus-Passion van Bach. Wanneer Accattone aan het eind sterft na een lullige diefstal, zegt hij: “Mo sto bene” (Nu heb ik rust). Pasolini dwingt je om voorbij zijn zonden te kijken: zelfs in dit vergooide leven schittert een onverwoestbare ziel die snakt naar verlossing.

2. Mamma Roma (1962) — Golgota in de achterbuurt

Anna Magnani in Mamma Roma
Anna Magnani als Mamma Roma: een wanhopige strijd om haar zoon te redden uit de armoede.

De geweldige Anna Magnani speelt een ex-prostituee die alles op alles zet om haar zoon Ettore een keurig, burgerlijk leven te geven. Maar de maatschappij is meedogenloos en Ettore belandt in de gevangenis, waar hij vastgebonden op een houten brits sterft. Pasolini filmt die stervende straatschoffie exact zoals de oude meester Mantegna de dode Christus schilderde. De boodschap snijdt door je ziel: in ieder mens dat door ons systeem wordt vermalen, sterft Christus opnieuw aan het kruis.

3. Il Vangelo secondo Matteo (1964)

Christus in Il Vangelo secondo Matteo
Enrique Irazoqui als Christus: geen zoetsappig plaatje, maar goddelijk vuur in het stof van Zuid-Italië.

De film die mij gisteren zo omverblies. Het ontstond toen Pasolini in 1962 in een hotel in Assisi vastzat vanwege een bezoek van paus Johannes XXIII en uit verveling het Matteüsevangelie op zijn nachtkastje in één ruk uitlas. Hij besloot het letterlijk te verfilmen: elke dialoog komt één-op-één uit de Bijbel. Gefilmd tussen de arme grotwoningen van Matera met gewone boeren als acteurs — en zijn eigen oude moeder Susanna als Maria onder het kruis. Zelfs de Vaticaanse krant L’Osservatore Romano noemde het later terecht de beste film over Jezus ooit gemaakt.

4. Teorema (1968) — Als God je burgerlijke leventje binnenstapt

Terence Stamp in Teorema
Terence Stamp als de mysterieuze bezoeker die een welgesteld gezin uit hun illusies wekt.

Wat gebeurt er als het goddelijke ineens binnendringt in een rijk, modern, zelfvoldaan gezin? Een mysterieuze vreemdeling (Terence Stamp) logeert bij een Milanese fabrikantenfamilie. Door zijn pure, onvoorwaardelijke aanwezigheid valt het masker van elk gezinslid af. Als hij weer vertrekt, kunnen ze niet meer terug naar hun lege, materiële bestaan. De vader geeft zijn fabriek weg; de arme dienstmeid keert terug naar haar geboortedorp en wordt een heilige die wonderen verricht. Een verontrustende spiegel voor iedereen die denkt dat comfort hetzelfde is als geluk.

Het veldhospitaal van Paus Franciscus

Toen ik dit allemaal op me liet inwerken, begreep ik ineens waarom Paus Franciscus zo’n diepe bewondering had voor Pasolini (hij noemt hem zelfs uitgebreid in zijn autobiografie Hoop).

De hele kern van het pontificaat van Franciscus is immers dat de Kerk geen exclusieve club is voor mensen die hun zaakjes moreel op orde hebben, maar een veldhospitaal na de veldslag. Een plek waar je niet begint met een vrome preek, maar waar je op je knieën gaat om de wonden te verbinden van wie kapot is gegaan aan het leven. De hoop van het christendom ligt niet in onze prachtige instituten, maar in het oog hebben voor de armen en de gebrokenen.

Pasolini was bij uitstek de kunstenaar van dat veldhospitaal.

Hij werd in 1975 op brute wijze vermoord op het strand van Ostia, een tragisch en gewelddadig einde van een rusteloos leven. Bij zijn uitvaart sprak zijn goede vriend, de priester en dichter David Maria Turoldo, ontroerende woorden: hij vertrouwde zijn “broeder Pier Paolo” toe aan de barmhartigheid van die God “die hij met zulk een wanhopige hartstocht heeft gezocht langs alle wegen van de wereld”.

Ik ben dankbaar dat ik gisteren op play heb gedrukt. Pasolini had het geloof niet als een rustig, veilig bezit in zijn binnenzak. Hij droeg het gemis van Christus als een open wond, zo’n open wond is denk ik de enige plek waar het genadelicht van Christus ongehinderd naar binnen kan vallen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *