De Tolpoort in de Tuin van Eden: Over de Metafysische Diefstal van de Schepping

Ergens in een laboratorium, misschien in Leiden, Missouri of Bazel, buigt een technicus zich over een microscoop. Hij bekijkt een celstructuur van een gewas. Een paar kilometer verderop, in een kantoortoren van staal en glas, tikt een jurist een nieuwe clausule in een patent aanvraag. Op weer een andere plek, diep in de servers van een datacentrum, wordt een algoritme bijgewerkt dat berekent hoeveel ‘koolstofkredieten’ een boer in de Flevopolder moet afdragen om zijn koeien te mogen laten grazen.

Op het eerste gezicht lijken dit onsamenhangende gebeurtenissen van de moderne vooruitgang: wetenschap, recht, economie. Maar wie – in de geest van de kerkvaders en de oude filosofen – door zijn oogharen naar dit tafereel kijkt, ziet geen vooruitgang. Hij ziet een eeuwenoud ritueel. Hij ziet een poging tot een kosmische staatsgreep.

Wat wij eufemistisch ‘biotechnologie’, ‘duurzaamheid’ of ‘intellectueel eigendom’ noemen, is in wezen een theologisch drama. Het is de voltooiing van een proces dat duizend jaar geleden begon met een verkeerde afslag in ons denken en nu culmineert in de grootste onteigening uit de menselijke geschiedenis: de privatisering van de schepping zelf.

De moderne mens wordt wijsgemaakt dat hij een ‘beheerder’ van de planeet moet zijn. Maar de werkelijke agenda is duisterder. Een elite van technocraten en corporatisten probeert zich, gedreven door een diepe Invidia (afgunst) jegens de Oorsprong, op te werpen als de eigenaar van de natuur. Ze bouwen een tolpoort in de Tuin van Eden. Wie wil eten, ademen of leven, zal eerst langs hun loket moeten.

I. Van Sacrament naar Grondstof

Om deze diefstal te begrijpen, moeten we terug naar het fundament van onze waarneming. Hoe kijken wij naar een boom, een rivier, of een mens?

Voor de pre-moderne mens – de mens die leefde met een ‘Hebreeuwse blik’ of in de christelijke synthese van de Middeleeuwen – was de materiële wereld een venster. Een boom was nooit ‘zomaar’ hout. De boom was een Logos, een uitgesproken woord van God. De natuur bezat een inherente waardigheid en heiligheid omdat zij gegeven was. De regen viel “over rechtvaardigen en onrechtvaardigen” als een gratis daad van genade (Gratia).

De wereld was wat men de Commons noemde: het gemeenschappelijk erfgoed, geschonken door de Schepper aan de mensheid om te gebruiken, te bewaren en door te geven. De mens kon oogsten wat de aarde gaf, maar hij kon de aarde nooit bezitten in de absolute zin. De aarde was immers, zoals de psalmist zingt, “van de HEERE”.

De breuklijn ontstond in de late Middeleeuwen met de opkomst van het nominalisme. De gedachte sloop erin dat woorden en namen geen verwijzingen zijn naar een goddelijke essentie, maar slechts labels die wij mensen op dingen plakken. Dit lijkt een academische haarkloverij, maar de gevolgen waren desastreus. Als een bos geen intrinsieke ‘bos-heid’ heeft, gewild door God, maar slechts een verzameling individuele bomen is waar wij het label ‘bos’ op plakken, dan verliest de natuur haar heilige bescherming.

De bezielde wereld veranderde langzaam in de Res Extensa van Descartes: dode materie in beweging. Het werd ‘Resource’. Grondstof. Iets dat daar maar lag te wachten tot de menselijke wil er vorm aan gaf. Hier werd de weg vrijgemaakt voor de technocraat: als de schepping niet heilig is, is ze manipuleerbaar. En als ze manipuleerbaar is, is ze patenteerbaar.

II. De Simia Dei: De Aap van God

Hier stuiten we op de psychologie van de usurpator. Waarom wil de moderne elite de natuur niet alleen gebruiken, maar haar opnieuw ontwerpen? Waarom die obsessie met synthetisch vlees, genetisch gemanipuleerde zaden en het blokkeren van de zon (geo-engineering)?

De traditionele theologie spreekt over de duivel als de Simia Dei, de ‘Aap van God’. De tegenstander kan niet scheppen. Scheppen (creatio ex nihilo) is het voorrecht van de Godheid. De tegenstander kan slechts na-apen, parodiëren, en – als dat mislukt – vervormen.

De moderne technocratie wordt gedreven door deze Luciferiaanse impuls. Het is de jaloezie van de stiefvader die weet dat de kinderen niet van hem zijn. Omdat de technocraat geen leven kan scheppen (hij kan geen grasspriet maken zonder gebruik te maken van de reeds bestaande cel, aarde en zon), zoekt hij naar een juridische list om het eigendom te claimen.

Dit is het geheim achter ‘Intellectual Property’ in de levende natuur.
Neem een bedrijf als Monsanto (nu Bayer). Wat doen zij werkelijk? Ze nemen een maïsplant – een wonderbaarlijk organisme dat zich over duizenden jaren heeft ontwikkeld in een dans met Gods seizoenen. En na een paar stekjes noemen ze het Product X. Het is van ons.

Het is een administratieve goocheltruc. Het is alsof iemand met een viltstift zijn naam op de Nachtwacht zet en vervolgens entreegeld vraagt aan iedereen die ernaar kijkt. Ze claimen het auteursrecht op een werk dat ze niet geschreven hebben.

Dit gaat dieper dan winstbejag. Het is een metafysische claim. Door te pretenderen dat zij de code van het leven kunnen “herschrijven”, proberen ze de status van Schepper te usurperen. Ze willen de Bet (de scheppingsvorm) en de Ruach (de levensadem) losmaken van God en onderbrengen in een bedrijfsstructuur. Het doel is autonomie: een wereld waarin de mens niet meer hoeft te wachten op de regen van boven, maar een abonnement neemt op de beregening van de staat.

III. De Her-definiëring als Wapen

De methode waarmee deze privatisering plaatsvindt, is de taal. Dit is waar de Anti-Logos in het spel komt. Omdat ze de werkelijkheid niet kunnen veranderen (elk zaadje heeft de aarde nodig, een zonnepaneel nog steeds de zon), moeten ze de woorden veranderen.

We zien een gigantische operatie van Newspeak, bedoeld om de diefstal van de Commons te verhullen als weldaad.

Kijk naar de term “Ecosystem Services”. Dit is de taal van economen die de natuur koloniseren. Schone lucht, vruchtbare grond en bestuiving door bijen zijn niet langer gaven; het zijn ‘diensten’ waar een prijskaartje aan moet hangen. Zodra je er een prijs op plakt, kun je het verhandelen. En wat verhandeld kan worden, kan gemonopoliseerd worden.

Nog cynischer is de taal rondom het klimaat. Koolstof (C) is de bouwsteen van al het leven. Wij mensen, de bomen, de dieren: wij zijn koolstof-wezens. We ademen CO2 uit als restproduct van het leven (de adem). Door koolstof te brandmerken als ‘vervuiling’ en er vervolgens een belasting- en handelssysteem op te tuigen (Carbon Credits), heeft de technocratie het voor elkaar gekregen om belasting te heffen op het bestaan zelf.

Dit is de ultieme feodale droom. In de Middeleeuwen moest een horige een deel van zijn graan afstaan aan de heer. In de technocratische toekomst moet de mens betalen voor de ‘koolstofruimte’ die hij inneemt op aarde. De lucht is niet langer van God; de lucht wordt beheerd door een supranationaal instituut dat bepaalt hoeveel u mag uitademen. Het is de privatisering van de Ruach.

IV. Gnosticisme met een Winstmodel

Onderliggend aan dit alles sluimert een oud ketters idee dat in de moderne tijd virulent is geworden: het Gnosticisme. De gnostici geloofden dat de materiële werkelijkheid (het vlees, de aarde) slecht of onvolmaakt was, gemaakt door een lagere, incompetente godheid (de Demiurg). Redding bestond uit ontsnapping via speciale kennis (gnosis).

Onze technocratische elite is ten diepste gnostisch. Ze haten de “rommelige” natuur.

  • Natuurlijke voortplanting is onvoorspelbaar? Laten we overgaan op laboratoria en genetische selectie.
  • Echt vlees vereist de dood van een dier (de tragiek van het leven)? Laten we kweekvlees maken in steriele tanks.
  • De boer is afhankelijk van het weer? Laten we voedselproductie verplaatsen naar ‘vertical farms’ onder LED-licht.

De leugen die ons wordt verkocht is dat de natuur “kapot” is en dat de mens (met zijn technologie) haar moet repareren. “Build Back Better” is de seculiere variant van de gnostische verlossing. Het impliceert dat de oorspronkelijke schepping (“Built by God”) onvoldoende was.

Maar wie goed kijkt, ziet dat deze zogenaamde reparaties altijd leiden tot verval. Laboratoriumvoedsel mist de vitaliteit en nutriënten van de levende aarde. Kunstmatige ecosystemen storten in. De pogingen om het weer te beheersen leiden tot droogte elders.
De technocratische gnosticus staat met een schroevendraaier in een horloge te poeren dat hij niet zelf heeft gebouwd en waarvan hij het mechanisme niet begrijpt. En terwijl de veren en tandwielen hem om de oren vliegen, eist hij dat wij hem bewonderen om zijn “reparatie”.

V. De Onmacht van de Tovenaar

Toch is er, te midden van deze duistere analyse, reden voor een grimmig soort hoop. Want als we terugkeren naar het Realisme – naar de waarneming van wat is – dan zien we dat de macht van deze nieuwe eigenaren grotendeels illusoir is.

Jij, lezer, voelt wellicht de angst voor deze almachtige moloch. De angst voor gentech, nanobots, social engineering en de Great Reset. Maar die angst is precies wat het systeem voedt. Het systeem wil dat wij geloven in zijn goddelijke status.

Maar de waarheid is: Ze hebben de kluis nooit gekraakt.
De kern van het leven blijft een gesloten boek voor hen. Ondanks miljarden aan onderzoek begrijpt de moderne wetenschap nog steeds niet wat bewustzijn is. Ze weten niet hoe een zaadje werkelijk weet dat het een boom moet worden. Ze kunnen het weer niet controleren; ze kunnen het hooguit lokaal en tijdelijk verstoren. Ze kunnen de menselijke ziel niet herprogrammeren, alleen verwarren.

Hun gentech-zaden zijn geen nieuwe scheppingen; het zijn vaak verzwakte planten die alleen overleven dankzij massaal gifgebruik. Hun ‘voedseltransitie’ leunt op enorme hoeveelheden energie die ze niet zelf kunnen opwekken zonder fossiele brandstoffen (weer die aarde!).
Hun hele koninkrijk is gebouwd op bluffen. Ze zijn parasieten op het lichaam van Gods schepping. En zoals elke bioloog weet: een parasiet kan de gastheer wel ziek maken, maar hij kan niet zonder de gastheer leven.

De privatisering van de schepping is juridisch wellicht een feit, maar ontologisch (in de werkelijkheid van het zijn) een onmogelijkheid. Je kunt God niet patenteren. De natuur zal, uiteindelijk, altijd terugveren en de hekjes van het ‘Intellectual Property’ omverwerpen. Het onkruid groeit dwars door het asfalt van de utopie heen.

VI. Verzet door Aanwezigheid

Wat is dan ons antwoord? Hoe verzetten we ons tegen de tolpoort?
Niet door mee te vechten in hun abstracties. Niet door ons te verliezen in complottheorieën die de vijand groter maken dan hij is (ook dat is een vorm van afgoderij).

Het ware verzet is een terugkeer naar de realiteit. Een radicaal Realisme.
Het is de weigering om de taal van de vijand te spreken.

  • Noem een lening weer een schuld.
  • Noem manipulatie geen zorg.
  • Noem data geen kennis.
  • En vooral: behandel de wereld om je heen niet als grondstof, maar als schepping.

We moeten de ‘Bet’ (het Huis) weer gaan bewonen. Lokaal leven. Zelf iets verbouwen, iets repareren, iemand in de ogen kijken. In een tijd waarin alles virtueel en gepatenteerd wordt, is het planten van een illegaal (want patentvrij) zaadje in je eigen achtertuin een revolutionaire daad.
Het is erkennen dat er een wet is die hoger staat dan de wetten van de WHO of het octrooibureau.

De filosoof Pierre Duhem leerde ons dat we wetenschappelijke modellen niet moeten verwarren met de werkelijkheid. Modellen zijn slechts instrumenten; de werkelijkheid is het mysterie. Wij moeten de bewakers van dat mysterie zijn.
Laat ze hun tolpoorten bouwen en hun contracten schrijven. Wij weten dat de regen gratis is. Wij weten dat de liefde – de Agape die de kosmos bij elkaar houdt – zich niet laat vangen in een blockchain.

De Anti-Logos kan veel lawaai maken met zijn trommels en schermen, en kan ons doen duizelen met zijn angstaanjagende projecties. Maar hij mist één ding. Hij mist de Snik. Hij mist de trilling van het ware leven. En omdat hij niet leeft, kan hij uiteindelijk niet blijven bestaan. De leugen heeft onderhoud nodig, energie, dwang en propaganda. De waarheid bestaat gewoon.

Terwijl de technocraten proberen de zon te verduisteren met hun modellen, doen wij er goed aan om gewoon naar buiten te lopen, ons gezicht op te heffen, en te voelen wat er werkelijk is.
Zolang wij dat blijven doen – blijven kijken en de juiste namen blijven geven – is de schepping niet geprivatiseerd. Dan blijft ze van Hem, en via Hem, van ons.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *